Vraag
Ik heb in bepaalde lezingen van sjeikhs hier in Amerika, die zichzelf Salafi noemen, uitspraken gehoord zoals: Mijn moeder is een kaafira en ik WEET dat zij naar de hel gaat. Zij zeggen dat zij zeker weten dat een bepaalde persoon naar de hel gaat. Is dit toegestaan in de islam? Kunnen wij zeggen dat een bepaalde persoon naar Jahannam gaat vanwege zijn/haar religie?Antwoord
Volgens Ahl as-Sunnah wa’l-Jamaa‘ah is het basisprincipe dat de kwestie van wie het Paradijs binnengaat en wie de Hel binnengaat, een zaak van ‘aqiedah is, gebaseerd op wat in de Koran en de Soennah is vermeld, en dat er in deze kwestie geen ruimte is voor redenering of ijtihad.
Als de Koran of de Soennah vermeldt dat een specifieke persoon in het Paradijs of in de Hel zal zijn, dan getuigen wij daarvan. Tegelijkertijd hopen wij dat degenen die goed doen het Paradijs zullen binnengaan en vrezen wij dat degenen die slecht doen de Hel zullen binnengaan, maar Allah weet het beste hoe mensen zullen eindigen.
De kwestie van het zeggen wie naar het Paradijs of naar de Hel gaat, kan worden onderverdeeld in twee categorieën:
- Algemene uitspraken, die te maken hebben met eigenschappen van mensen, zoals zeggen: “Wie iets met Allah associeert in een daad van grote shirk is een kaafir die buiten de islam valt, en zal in de Hel zijn.”
Evenzo zeggen wij dat wie Ramadan vast uit geloof en in de hoop op beloning, zijn eerdere en latere zonden vergeven zal worden, en dat een aanvaarde Haddj geen andere beloning heeft dan het Paradijs. Er zijn veel van zulke uitspraken in de Koran en de authentieke Soennah.
Als iemand vraagt: “Zal degene die iets anders dan Allah aanroept en de hulp zoekt van iemand anders dan Allah in het Paradijs of in de Hel zijn?” dan zouden wij zeggen dat hij een kaafir is die in de Hel zal zijn, als hem duidelijk bewijs is getoond dat hij fout zit maar hij toch volhardt en sterft terwijl hij dat gelooft.
Als er gezegd wordt: Wie de Haddj verricht en vervolgens geen obscene of immorele daad pleegt, en na zijn Haddj sterft bijvoorbeeld, wat zal zijn lot zijn? Dan zouden wij zeggen dat hij in het Paradijs is. Of: de persoon wiens laatste woorden in dit leven Laa ilaaha ill-Allah zijn, zal in het Paradijs zijn, enzovoort.
Dit alles heeft te maken met eigenschappen van mensen en is niet van toepassing op een specifieke, bij naam genoemde persoon.
Specifieke uitspraken die naar mensen verwijzen bij naam, waarin wordt gesteld dat een bepaalde persoon in het Paradijs of in de Hel zal zijn. Dit is niet toegestaan, behalve in gevallen waarin Allah of Zijn Boodschapper ﷺ ons daarover heeft geïnformeerd.
Wie door Allah of Zijn Boodschapper bij naam is genoemd en van wie is gesteld dat hij in het Paradijs zal zijn, behoort zeker tot de mensen van het Paradijs, zoals de tien aan wie de blijde tijding van het Paradijs werd gegeven (al-‘asharah al-mubashsharah), met voorop de vier Khulafaa’: Aboe Bakr as-Siddieq, ‘Oemar, ‘Oethmaan en ‘Ali, moge Allah tevreden met hen zijn.
Degenen die in de Koran en de Soennah bij naam worden genoemd en van wie is gesteld dat zij in de Hel zullen zijn, behoren zeker tot de mensen van de Hel, zoals Aboe Lahab en zijn vrouw, Aboe Taalib, ‘Amr ibn Lahiy, en anderen.
Wij vragen Allah om ons door Zijn Gunst en Barmhartigheid tot de mensen van het Paradijs te maken. Moge Allah onze Profeet Mohammed zegenen.
Vertaling Informatie: dit artikel is vertaald met de meest nauwkeurige AI (GPT-5.2). Voor uiterste precisie en religieuze verificatie, refereer altijd naar de originele bron.
Bekijk origineel op IslamQA.info →