De deugden van Soerat al-Ikhlās

Samengevat antwoord

Samengevat antwoord

Je dient te handelen volgens de authentieke hadiths die de deugden van Soerat al-Ikhlās beschrijven. Reciteer het dus zo vaak als je wilt, zonder je vast te houden aan een bepaald aantal, tijdstip of manier die niet door de Shari‘ah is voorgeschreven.

Antwoord

Namen van sommige soewar

Allereerst zijn de bekendere namen en nummers van de soewar waarover je vraagt als volgt:

  1. Soerat al-Hamdu is Soerat al-Fātiḥah (De Opening), soerah #1
  2. Soerat Inna Fataḥnā is Soerat al-Fatḥ (De Overwinning), soerah #48
  3. Allāhus-Samad is Soerat al-Ikhlās (De Zuiverheid), soerah #112
  4. ‘Amma yatasa’alūn is Soerat an-Naba’ (Het Grote Nieuws), soerah #78

Het vers “Lā ilāha illā anta subḥānaka innī kuntu minaẓ-ẓālimīn (Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve U [O Allah]. Verheven en Geprezen bent U. Voorwaar, ik behoorde tot de onrechtplegers)” is uit Soerat al-Anbiyā’, soerah 21, vers 87.

Toelichting op het boek Dalā’il al-Khayrāt

Een waarschuwing: het boek Dalā’il al-Khayrāt bevat zwakke en verzonnen hadiths, en schrijft zaken voor die in strijd zijn met de waarheid. Daarom is het niet juist dat iemand op dit boek vertrouwt.

Telt een vertaling van de Koran als de Koran zelf?

Een vertaling van de Koran in het Engels of in een andere taal wordt niet beschouwd als de Koran zelf, en de regels die voor de Koran gelden, zijn daarop niet van toepassing. De Koran is het Woord van Allah dat in de Arabische taal is neergezonden.

Deugden van Soerat al-Ikhlās

Al-Aḥad (De Ene) en as-Samad (De Zelfgenoegzame) behoren tot de عظيمة (grote) Namen van Allah.

De bewering dat Soerat al-Ikhlās 500 keer gereciteerd moet worden, en dat het vers (interpretatie van de betekenis) “Lā ilāha illā anta subḥānaka innī kuntu minaẓ-ẓālimīn (Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve U [O Allah]. Verheven en Geprezen bent U. Voorwaar, ik behoorde tot de onrechtplegers)” [al-Anbiyā’ 21:87] 100 keer gereciteerd moet worden, is een praktijk die helemaal geen basis heeft in de Koran of in de Soennah van de Profeet ﷺ. Daarom is het niet juist om je aan deze aantallen vast te houden. Je dient te handelen volgens de authentieke hadiths die de deugden van deze soerah en dit vers beschrijven. Tot deze overleveringen behoren onder andere de volgende:

Van Qatādah ibn an-Nu‘mān (moge Allah tevreden met hem zijn), die zei dat een man in de tijd van de Profeet ﷺ vlak voor de dageraad opbleef om Allah te aanbidden en “Qul huwa Allāhu aḥad” reciteerde, maar niets anders reciteerde. In de ochtend kwam de man naar de Profeet ﷺ en vertelde hem hierover, denkend dat hij misschien niet genoeg deed. De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is, het is gelijk aan een derde van de Koran.” (al-Bukhārī, 4627).

Ahmad overleverde van Abū Sa‘īd al-Khudrī dat een man zei: “O Boodschapper van Allah, ik heb een buurman die ’s nachts bidt en hij reciteert altijd alleen maar ‘Qul huwa Allāhu aḥad’, alsof hij daar niet veel waarde aan hecht.” De Profeet ﷺ zei: “Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is, het is gelijk aan een derde van de Koran.” (al-Musnad, 10965)

Abū Sa‘īd al-Khudrī (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet ﷺ zei tegen zijn metgezellen: “Zou iemand van jullie niet in staat zijn om één derde van de Koran in één nacht te reciteren?” Zij vonden dat te moeilijk en zeiden: “Wie van ons zou dat kunnen, o Boodschapper van Allah?” Hij zei: “Allāhul-aḥad, as-samad [d.w.z. Soerat al-Ikhlās] is één derde van de Koran.” (Overgeleverd door al-Bukhārī, 4628)

‘Ā’ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) overleverde dat wanneer de Profeet ﷺ naar bed ging, hij zijn handen samenbracht, erin blies en daarin reciteerde: “Qul huwa Allāhu aḥad” [Soerat al-Ikhlās], “Qul a‘ūdhu bi Rabbil-falaq” [Soerat al-Falaq] en “Qul a‘ūdhu bi Rabbin-nās” [Soerat an-Nās] (dit zijn de laatste 3 soewar van de Koran). Daarna wreef hij met zijn handen over zoveel mogelijk van zijn lichaam, beginnend met zijn hoofd en gezicht en de voorkant van zijn lichaam. Dat deed hij drie keer. (Overgeleverd door al-Bukhārī, 4630)

‘Ā’ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) overleverde ook dat de Profeet ﷺ een man aanstelde als leider van een kleine militaire expeditie. Wanneer hij de Koran reciteerde terwijl hij zijn metgezellen in het gebed leidde, eindigde hij altijd met “Qul huwa Allāhu aḥad”. Toen zij terugkwamen, noemden (zijn metgezellen) dat bij de Profeet ﷺ, die hun zei hem te vragen waarom hij dat deed. Zij vroegen hem, en hij zei: “Omdat het een beschrijving is van de Meest Barmhartige, en ik houd ervan het te reciteren.” De Profeet ﷺ zei: “Vertel hem dat Allah van hem houdt.” (Overgeleverd door al-Bukhārī, 6827)

‘Abd ar-Raḥmān ibn Abzā overleverde dat de Boodschapper van Allah ﷺ in zijn witr-gebed placht te reciteren: “Sabbih isma Rabbik al-A‘lā” (Soerat al-A‘lā, #87), “Qul yā ayyuhal-kāfirūn” (Soerat al-Kāfirūn, #109) en “Qul huwa Allāhu aḥad” (Soerat al-Ikhlās, #112). En wanneer hij klaar was, herhaalde hij “Subḥān al-Malik al-Quddūs (Heilig is de Koning, de Heilige)” drie keer, waarbij hij bij de derde recitatie de laatste klinker lang maakte. (Overgeleverd door an-Nasā’ī, 1721)

‘Uqbah ibn ‘Āmir zei: Ik ontmoette de Boodschapper van Allah ﷺ en hij zei tegen mij: “O ‘Uqbah ibn ‘Āmir, zal ik jou niet enkele soewar leren waarvan het gelijke niet is neergezonden in de Tawrah (Thora), noch in de Zabūr (Psalmen), noch in de Injīl (Evangelie), noch in de Koran? Er komt geen nacht voorbij of jij zou niet moeten reciteren (d.w.z. elke nacht reciteren): ‘Qul huwa Allāhu aḥad’ [Soerat al-Ikhlās], ‘Qul a‘ūdhu bi Rabbil-falaq’ [Soerat al-Falaq] en ‘Qul a‘ūdhu bi Rabbin-nās’ [Soerat an-Nās].” ‘Uqbah zei: Dus elke nacht reciteerde ik ze. Het werd mijn vaste gewoonte om ze te reciteren, omdat de Boodschapper van Allah ﷺ mij dat had opgedragen. (Musnad Ahmad, 16810)

Abū Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde dat de Profeet ﷺ een man hoorde die “Qul huwa Allāhu aḥad” reciteerde en zei: “Het is zijn recht.” Zij vroegen: “O Boodschapper van Allah, wat is zijn recht?” Hij zei: “Het Paradijs is zijn recht.” (Overgeleverd door Imām Ahmad, 7669)

De Profeet ﷺ zei: “Wie ‘Qul huwa Allāhu aḥad’ tien keer reciteert, voor hem zal Allah een huis in het Paradijs bouwen.” (Ṣaḥīḥ al-Jāmi‘ aṣ-Ṣaghīr, 6472).

Reciteer het dus zo vaak als je wilt, zonder je vast te houden aan een bepaald aantal, tijdstip of manier die niet door de Shari‘ah is voorgeschreven.

Deugden van “Lā ilāha illā anta subḥānaka innī kuntu minaẓ-ẓālimīn”

Wat betreft het vers “Lā ilāha illā anta subḥānaka innī kuntu minaẓ-ẓālimīn”: er is de volgende overlevering over de deugden ervan overgeleverd:

Sa‘d zei: De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “De aanroep van Dhun-Nūn [Yūnus/Jona], die hij reciteerde toen hij in de buik van de vis was: ‘Lā ilāha illā anta subḥānaka innī kuntu minaẓ-ẓālimīn’. Er is geen moslim die dit in welke situatie dan ook reciteert, of Allah zal hem verhoren.” (Overgeleverd door at-Tirmidhī, 3427, en als ṣaḥīḥ geclassificeerd in Ṣaḥīḥ al-Jāmi‘, 3383).

De Profeet ﷺ zei: “Zal ik jullie niet iets vertellen dat, als een deel van de ellende en benauwdheid van deze wereld een man treft en hij het reciteert, hij van zijn benauwdheid verlost zal worden? Het is de du‘ā van Dhun-Nūn: ‘Lā ilāha illā anta subḥānaka innī kuntu minaẓ-ẓālimīn’.” (Overgeleverd door al-Ḥākim; Ṣaḥīḥ al-Jāmi‘, 2605).

Wij vragen Allah om ons, jou en al onze moslimbroeders te helpen om nuttige kennis te verkrijgen en om rechtschapen daden te verrichten. Moge Allah onze Profeet Mohammed zegenen.

En Allah weet het het beste.

Vertaling Informatie: dit artikel is vertaald met de meest nauwkeurige AI (GPT-5.2). Voor uiterste precisie en religieuze verificatie, refereer altijd naar de originele bron.

Bekijk origineel op IslamQA.info →

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde Artikelen