Vraag
Er zijn verschillende websites over profetieën betreffende de laatste dagen. Die websites geven zeer precieze locaties en gebeurtenissen vóór de Laatste Dag. Zijn die waar? In de Koran zijn er wel profetieën, maar daarin worden de plaatsen niet genoemd. Als er duidelijke aanwijzingen zijn in de Koran of in de Hadith over de Laatste Dagen, kunt u het dan alstublieft uitleggen.Antwoord
De Tekenen van het Uur zijn de tekenen die voorafgaan aan Yawm al-Qiyaamah (de Dag des Oordeels) en aangeven dat deze nabij is.
Het Uur (al-Saa’ah) betekent de tijd van afrekening, en is óf:
- Saa’ah sughra (het kleinere uur): de dood van een persoon, waarna zijn afrekening begint wanneer hij deze wereld verlaat en overgaat naar het Hiernamaals;
- of Saa’ah kubraa (het grotere Uur): wanneer de mensheid uit haar graven zal worden opgewekt om geoordeeld te worden en overeenkomstig beloond of bestraft te worden.
Wanneer het woord al-saa’ah op zichzelf in de Koran wordt gebruikt, verwijst het naar de grotere afrekening (de Dag des Oordeels), zoals in de aayah (interpretatie van de betekenis): “De mensen vragen jou over het Uur” [al-Ahzaab 33:63].
De Tekenen van het Uur (d.w.z. de Dag des Oordeels) zijn van twee soorten:
- Ashraat al-Saa’ah al-Sughra (kleine tekenen van het Uur). Dit zijn tekenen die lange tijd vóórdat het Uur aanbreekt zullen verschijnen, zoals de afname van kennis, de verspreiding van onwetendheid, het drinken van wijn of alcohol, wedijver in het bouwen van hoge gebouwen, en vele andere. De geleerden hebben bijna zestig tekenen opgesomd, waarvan sommige samen met de grote tekenen zullen plaatsvinden, of daarna zullen verschijnen.
- Ashraat al-Saa’ah al-Kubraa (grote tekenen van het Uur). Dit zijn grote tekenen die kort vóór de Dag des Oordeels zullen verschijnen. Deze buitengewone gebeurtenissen zijn:
(1) De verschijning van de Mahdi. Aan het einde der tijden zal een man uit de afstammelingen van de Profeet ﷺ verschijnen, en Allah zal hem helpen zodat Zijn religie zal zegevieren. Hij zal de landen (of de aarde) in handen krijgen en deze vullen met rechtvaardigheid zoals zij eerder gevuld was met onrecht en onderdrukking. Onder zijn heerschappij zal de ummah gezegend worden zoals zij nooit eerder gezegend is.
De naam van deze man zal zijn als de naam van de Boodschapper van Allah ﷺ, en de naam van zijn vader zal zijn als de naam van de vader van de Boodschapper. Hij zal een afstammeling zijn van Faatimah, de dochter van de Boodschapper van Allah ﷺ, via de lijn van al-Hasan ibn ‘Ali (moge Allah tevreden met hem zijn). Hij zal uit het Oosten verschijnen. Een aantal sahih ahaadeeth verwijzen naar de verschijning van de Mahdi, waaronder de volgende:
1. Abu Sa’eed al-Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Tijdens de laatste dagen van mijn ummah zal de Mahdi verschijnen. Allah zal voor hem regen zenden, en de aarde zal haar opbrengst voortbrengen. Hij zal geld geven sihaahan (volgens een overlevering werd de Profeet gevraagd: ‘Wat is sihaahan?’ en hij zei: ‘Gelijk onder de mensen.’ Overgeleverd door Ahmad), en het vee zal toenemen. Hij zal zeven of acht leven” – d.w.z. jaren. (Overgeleverd door al-Haakim, 4/557; hij zei: het is sahih volgens de voorwaarden van de twee shaykhs [al-Bukhaari en Muslim]. Al-Dhahabi stemde met hem in. Shaykh al-Albaani zei: de isnad is sahih. Al-Silsilah al-Saheehah, 711)
2. Umm Salamah (moge Allah tevreden met haar zijn) zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ zeggen: ‘De Mahdi zal uit mijn familie zijn (volgens een overlevering: uit de mensen van mijn huis) … uit de kinderen van Faatimah.’” (Overgeleverd door Abu Dawood, 11/373 en Ibn Maajah, 2/1368. Als sahih geclassificeerd door al-Albaani in Saheeh al-Jaami’, nr. 6610).
“Er zijn zóveel overleveringen over de verschijning van de Mahdi overgeleverd dat zij het niveau van tawaatur in betekenis hebben bereikt, en dit werd zo bekend onder de geleerden van de Sunnah dat het wordt gerekend tot hun basisgeloofsovertuigingen.”
Al-‘Allaamah al-Safaareeni, Lawaami’ al-Anwaar al-Bahiyyah (2/84)
[Tawaatur: een mutawaatir hadith is een hadith die door zóveel mensen is overgeleverd en door zóveel mensen is doorgegeven dat het ondenkbaar is dat zij allen zouden hebben samengespannen op een leugen.]
“De mutawaatir ahaadeeth over de verwachte Mahdi die wij konden vinden en onderzoeken, zijn er vijftig, waaronder sahih, hasan en da’eef munjabir (zwakke ahaadeeth die ondersteund worden door bevestigend bewijs). Zij zijn mutawaatir zonder enige twijfel. De overleveringen van de Sahaabah die over de Mahdi spreken zijn ook zeer talrijk en hebben de status van marfoo’ ahaadeeth … omdat dit geen kwestie is waarin zij ijtihaad zouden hebben verricht.”
Imaam al-Shawkaani
(2) Al-Maseeh al-Dajjaal (de “Antichrist”). Al-Maseeh al-Dajjaal is een man uit de zonen van Aadam. Hij heeft een aantal kenmerken die in de sahih ahaadeeth zijn genoemd, waaronder: hij zal een jonge man zijn met een rossige teint en krullend haar, en hij zal eenogig zijn, waarbij zijn rechteroog lijkt op een drijvende druif. Tussen zijn ogen zal geschreven staan “ka’ fa’ ra’” (in losse letters) of “kaafir” (ongelovige), wat iedere moslim, geletterd of ongeletterd, zal kunnen lezen. Een ander kenmerk is dat hij onvruchtbaar is en geen kinderen zal hebben. Tot de ahaadeeth die hem beschrijven behoren de volgende:
1. Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn) verhaalde dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Terwijl ik sliep, (droomde ik dat) ik tawaaf verrichtte om het Huis (de Ka’bah).” Hij noemde dat hij ‘Eesaa ibn Maryam zag, vrede zij met hem, daarna zag hij de Dajjaal en hij beschreef hem: “Hij is een stevig gebouwde man, met een rossige teint en krullend haar. Hij is eenogig, en zijn oog lijkt op een drijvende druif.” Zij zeiden: “Dit is de Dajjaal.” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 13/90, en Muslim, 2/237)
2. Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn) verhaalde ook dat de Boodschapper van Allah ﷺ de Dajjaal beschreef als levend onder de mensen, en zei: “Allah, Verheven is Hij, is niet eenogig, maar al-Maseeh al-Dajjaal is eenogig, en zijn rechteroog lijkt op een drijvende druif.” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 13/90, en Muslim, 18/59)
3. ‘Imraan ibn Husayn (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ zeggen: ‘Tussen de schepping van Aadam en het aanbreken van de Dag des Oordeels zal er geen schepping zijn die groter is dan de Dajjaal.’” (Overgeleverd door Muslim, 18/86). Dit betekent dat de Dajjaal uit het Oosten zal verschijnen, uit Khurasaan, uit de Joden van Isfahaan, en vervolgens zal hij de wereld rondreizen; hij zal geen land overlaten of hij zal het binnengaan, behalve Makkah en Madeenah, die hij niet zal kunnen binnengaan omdat de engelen hen bewaken, zoals vermeld is in de hadith van Abu Bakr al-Siddeeq (moge Allah tevreden met hem zijn): “De Boodschapper van Allah ﷺ vertelde ons dat de Dajjaal zou verschijnen uit een land in het Oosten dat Khurasaan heet.” (Overgeleverd door al-Tirmidhi, 6/495; als sahih geclassificeerd door al-Albaani in Saheeh al-Jaami’, nr. 3398).
De fitnah (beproeving, beproeving/tribulatie) van de Dajjaal zal de grootste fitnah ooit zijn, vanaf het moment dat Allah Aadam schiep tot aan het aanbreken van de Dag des Oordeels. Dit komt door de macht die Allah hem zal toestaan: het verrichten van grote wonderen die de mensen zullen verbazen en in verwarring brengen. Er zijn ahaadeeth die beschrijven dat hij een “paradijs” en een “hel” zal hebben, maar zijn paradijs zal in werkelijkheid een hel zijn, en omgekeerd. Hij zal rivieren van water en bergen van brood hebben. Hij zal de hemel bevelen te regenen en het zal regenen, en hij zal de aarde bevelen haar opbrengst voort te brengen en zij zal haar opbrengst voortbrengen. De schatten van de aarde zullen hem volgen, en hij zal met grote snelheid over de aarde reizen, als regen die door de wind wordt voortgedreven.
De Profeet ﷺ leerde zijn ummah hoe zij zich kunnen beschermen tegen het kwaad van de fitnah van de Dajjaal, zoals vermeld is in de hadith van Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn), die zei dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wanneer iemand van jullie de shahaadah uitspreekt, laat hem dan toevlucht zoeken bij Allah tegen vier zaken, en laat hem zeggen: ‘Allaahumma innee a’oodhu bika min ‘adhaab jahannam, wa min ‘adhaab al-qabr, wa min fitnati’l-mahyaa wa’l-mamaat, wa min sharri fitnati’l-maseeh al-dajjaal (O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de bestraffing van de Hel, tegen de bestraffing van het graf, tegen de beproevingen van leven en dood, en tegen het kwaad van de beproeving van al-Maseeh al-Dajjaal).’” (Overgeleverd door Muslim, 5/87).
Een andere manier om jezelf te beschermen is door de eerste aayaat van Soerat al-Kahf uit het hoofd te leren. De Profeet ﷺ droeg aan om de eerste verzen van Soerat al-Kahf tegen de Dajjaal te reciteren, door de eerste tien verzen te reciteren, zoals overgeleverd door al-Nawwaas ibn Sam’aan, die zei dat de Profeet ﷺ zei: “Wie van jullie hem (de Dajjaal) ontmoet, laat hem dan de eerste verzen van Soerat al-Kahf tegen hem reciteren.” (Overgeleverd door Muslim, 18/65). Abu’l-Dardaa’ (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Wie tien aayaat uit het begin van Soerat al-Kahf uit het hoofd leert, zal beschermd worden tegen de Dajjaal.” (Overgeleverd door Muslim, 6/92).
De vernietiging van de Dajjaal zal plaatsvinden door de hand van ‘Eesaa ibn Maryam, vrede zij met hem, zoals aangegeven in de sahih ahaadeeth. ‘Abd-Allaah ibn ‘Amr (moge Allah tevreden met hen beiden zijn) zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘De Dajjaal zal onder mijn ummah verschijnen en Allah zal ‘Eesaa ibn Maryam zenden; hij zal hem achtervolgen en hem vernietigen.’” (Overgeleverd door Muslim, 18/75).
(3) De neerdaling van ‘Eesaa ibn Maryam, vrede zij met hem. Nadat de Dajjaal is verschenen en verderf over de aarde heeft verspreid, zal Allah ‘Eesaa ibn Maryam zenden, vrede zij met hem, die naar de aarde zal neerdalen bij de witte minaret in het oosten van Damascus (Syrië), terwijl hij zijn handen laat rusten op de vleugels van twee engelen. Wanneer hij zijn hoofd laat zakken, zullen er druppels vallen, en wanneer hij het opheft, zullen er druppels vallen als grote parels (d.w.z. druppels water zo zuiver als parels). Geen kaafir zal zijn adem ruiken of hij zal sterven, en zijn adem zal reiken zo ver als zijn blik reikt. Hij zal neerdalen bij de overwinnende groep die voor de waarheid strijdt en zich heeft verzameld om tegen de Dajjaal te vechten. Hij zal neerdalen op het moment dat de iqaamah voor het gebed wordt uitgesproken, en hij zal bidden achter de leider van die groep.
De overleveringen over zijn neerdaling zijn talrijk, waaronder de volgende:
1. Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is: het is bijna tijd dat de zoon van Maryam tot jullie neerdaalt, om rechtvaardig te oordelen. Hij zal het kruis breken, de varkens doden en een einde maken aan oorlog. Rijkdom zal zo toenemen dat niemand het zal accepteren, en één sujood voor Allah zal beter zijn dan de wereld en alles wat daarin is.” Toen zei Abu Hurayrah: “Lees, als jullie willen: ‘En er is niemand van de Mensen van het Boek (Joden en Christenen) of hij zal zeker in hem geloven vóór zijn (‘Eesaa’s) dood. En op de Dag der Opstanding zal hij (‘Eesaa) een getuige tegen hen zijn.’” [al-Nisaa’ 4:159 – interpretatie van de betekenis]. (Overgeleverd door al-Bukhaari, 6/490, en Muslim, 2/189).
2. Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde ook dat de Profeet ﷺ zei: “Hoe zal het met jullie zijn wanneer ‘Eesaa ibn Maryam tot jullie neerdaalt en jullie leider één van jullie is?” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 6/491, en Muslim, 2/193).
Imaam Ibn Katheer (moge Allah hem genadig zijn) zei in zijn Tafseer (7/223): “Mutawaatir ahaadeeth van de Boodschapper van Allah ﷺ beschrijven hoe ‘Eesaa ibn Maryam vóór de Dag des Oordeels zal neerdalen als een rechtvaardige leider en eerlijke heerser.”
(4) Ya’jooj en Ma’jooj (Gog en Magog). Ya’jooj en Ma’jooj zijn mensen, afstammelingen van Aadam en Hawwaa’, vrede zij met hen. Volgens de beschrijvingen in de ahaadeeth behoren zij tot het Turkse/Mongoolse ras: met kleine ogen, kleine platte neuzen en brede gezichten. Hun gezichten lijken op uitgehamerde schilden (d.w.z. breed en rond).
Hun verschijnen aan het einde der tijden is één van de tekenen van het Uur, zoals aangegeven in de Koran (interpretatie van de betekenis): “Totdat, wanneer Ya’jooj en Ma’jooj worden losgelaten (uit hun barrière), en zij snel van elke hoogte toestromen. En de ware belofte (Dag der Opstanding) komt nabij. Dan (wanneer de mensheid uit haar graven wordt opgewekt) zul je de ogen van de ongelovigen verstijfd zien staren van schrik. (Zij zullen zeggen): ‘Wee ons! Wij waren hier inderdaad achteloos over; nee, wij waren zaalimoon (polytheïsten en onrechtplegers, enz.).’” [al-Anbiyaa’ 21:96-97].
In het verhaal van Dhoo’l-Qarnayn vertelt Allah ons (interpretatie van de betekenis): “Toen volgde hij (een andere) weg, totdat, toen hij tussen twee bergen kwam, hij vóór (nabij) hen een volk vond dat nauwelijks een woord begreep. Zij zeiden: ‘O Dhoo’l-Qarnayn! Voorwaar, Ya’jooj en Ma’jooj richten groot verderf aan op aarde. Zullen wij jou dan een schatting betalen zodat jij een barrière tussen ons en hen opricht?’ Hij zei: ‘Dat waarin mijn Heer mij heeft gevestigd is beter (dan jullie schatting). Help mij dus met kracht (van mannen), dan zal ik tussen jullie en hen een dam oprichten. Geef mij stukken (blokken) ijzer.’ Toen hij de opening tussen de twee bergwanden had gevuld, zei hij: ‘Blaas,’ totdat hij het (rood als) vuur had gemaakt, zei hij: ‘Breng mij gesmolten koper om eroverheen te gieten.’ Zo waren zij [Ya’jooj en Ma’jooj] niet in staat het te beklimmen of erdoorheen te graven. (Dhoo’l-Qarnayn) zei: ‘Dit is een barmhartigheid van mijn Heer, maar wanneer de belofte van mijn Heer komt, zal Hij het met de grond gelijk maken. En de belofte van mijn Heer is altijd waar.’ En op die Dag [d.w.z. de dag dat Ya’jooj en Ma’jooj naar buiten komen] zullen Wij hen als golven over elkaar laten stromen, en er zal op de Trompet worden geblazen, en Wij zullen hen allen bijeenbrengen.” [al-Kahf 18:92-99].
Ya’jooj en Ma’jooj worden ook in de Sunnah genoemd in meer dan één hadith, waaronder:
1. Umm Habeebah bint Abi Sufyaan verhaalde van Zaynab bint Jahsh dat de Boodschapper van Allah ﷺ op een dag in een nerveuze toestand bij haar binnenkwam en zei: “La ilaaha ill-Allaah! Wee de Arabieren vanwege het kwaad dat nabij is gekomen! Vandaag is er een gat van deze grootte ontstaan in de barrière van Ya’jooj en Ma’jooj,” en hij maakte een cirkel met zijn duim en wijsvinger. Zaynab bint Jahsh zei: “O Boodschapper van Allah, zullen wij vernietigd worden terwijl er rechtschapenen onder ons zijn?” Hij zei: “Ja, als het kwaad wijdverspreid wordt.” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 6/381, Muslim, 18/2).
2. Al-Nawaas ibn Sam’aan (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde een lange hadith waarin meerdere tekenen van het Uur worden beschreven. In deze hadith zei de Profeet ﷺ: “… en Allah zal Ya’jooj en Ma’jooj zenden, snel toestromend van elke hoogte. Zij zullen langs het meer van Tiberias [in Palestina] komen en alles wat erin is opdrinken. Dan zal de laatste van hen voorbijgaan en zeggen: ‘Hier was ooit water.’ De Profeet van Allah, ‘Eesaa, en zijn metgezellen zullen belegerd worden totdat een stierenkop voor één van hen waardevoller zal zijn dan honderd dinar voor één van jullie vandaag. ‘Eesaa en zijn metgezellen zullen Allah aanroepen, en Allah zal een soort worm (zoals die in de neuzen van kamelen en schapen) op hun (Ya’jooj en Ma’jooj) nekken zenden, en zij zullen allemaal tegelijk dood neervallen. Daarna zullen ‘Eesaa en zijn metgezellen afdalen uit de plaats waar zij belegerd waren, en zij zullen nauwelijks een handspan aarde vinden die niet gevuld is met de stank (van Ya’jooj en Ma’jooj). Dan zullen ‘Eesaa en zijn metgezellen Allah aanroepen, en Hij zal vogels zenden met halzen als die van kamelen om hen weg te dragen en neer te werpen waar Allah wil.” (Overgeleverd door Muslim, 18/68).
(5) Het verzwelgen van de aarde. Dit betekent dat een plaats door de aarde wordt opgeslokt en daarin verdwijnt, zoals beschreven in de Koran (interpretatie van de betekenis): “Toen deden Wij de aarde hem en zijn woning verzwelgen” [al-Qasas 28:81]. Tot de grote tekenen van het Uur behoren drie van zulke gebeurtenissen, zoals beschreven in de hadith van Hudhayfah ibn Usayd (moge Allah tevreden met hem zijn), waarin de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Het Uur zal niet aanbreken totdat jullie tien tekenen zien (waaronder) drie gebeurtenissen waarbij de aarde verzwelgt: één in het Oosten, één in het Westen en één op het Arabisch Schiereiland.” (Overgeleverd door Muslim, 18/27).
Deze gebeurtenissen, net als andere grote tekenen van het Uur, hebben nog niet plaatsgevonden. Hoewel er op verschillende tijden en plaatsen wel gevallen zijn geweest waarin plaatsen door de aarde werden verzwolgen, besloegen die niet zo’n groot gebied dat zowel Oost als West eronder vielen. Al-Haafiz Ibn Hajar (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Er zijn gevallen geweest waarin plaatsen door de aarde werden verzwolgen, maar het kan zijn dat met de drie genoemde gebeurtenissen iets wordt bedoeld dat erger is dan alles wat tot nu toe is gezien, intenser en over een groter gebied.” (Fath al-Baari, 13/84).
(6) De rook. Een ander groot teken van het Uur is het verschijnen van de rook. Allah (ﷻ) zegt (interpretatie van de betekenis): “Wacht dan op de Dag waarop de hemel een zichtbare rook zal voortbrengen, die de mensen bedekt; dit is een pijnlijke bestraffing.” [al-Dhukhaan 44:10-11].
Een uitleg van de rook is overgeleverd van Ibn ‘Abbaas, die uitlegde dat het één van de tekenen van de Dag des Oordeels is. Ibn Jareer en Ibn Abi Haatim verhaalde van ‘Abd-Allaah ibn Abi Maleekah, die zei: “Ik ging op een dag naar Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) en hij zei: ‘Ik heb vannacht helemaal niet geslapen.’ Ik vroeg: ‘Waarom niet?’ Hij zei: ‘Zij zeiden dat er een ster met een staart (een komeet) was verschenen, en ik was bang dat de rook was begonnen, dus ik kon helemaal niet slapen.’”
Imaam Ibn Katheer merkte op: “Dit is een sahih isnad, teruggaand tot Ibn ‘Abbaas, de geleerde van de ummah en de uitlegger van de Koran. Dit is ook de mening van alle Sahaabah en Taabi’een die met hem instemden. Bovendien zijn er veel ahaadeeth die teruggaan tot de Profeet ﷺ – sahih, hasan en andere – die hetzelfde aangeven. Dit is overtuigend bewijs dat de rook één van de verwachte tekenen zal zijn, zoals ook duidelijk is uit de tekst van de Koran.” (Tafseer Ibn Katheer, 7/235).
Tot de ahaadeeth die het verschijnen van de rook als één van de tekenen van het Uur beschrijven behoort:
1. Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Haast jullie met het verrichten van goede daden vóórdat zes zaken verschijnen: de Dajjaal, de rook…” (Overgeleverd door Muslim, 18/87).
(7) Het opkomen van de zon vanuit het Westen. Allah (ﷻ) zegt (interpretatie van de betekenis): “De Dag waarop sommige tekenen van jouw Heer komen, zal het een ziel niet baten om dan te geloven, als zij niet eerder geloofde of door haar geloof geen goed heeft verricht.” [al-An’aam 6:158]. De meeste mufassireen (uitleggers) stellen dat één van deze tekenen het opkomen van de zon vanuit het Westen is. Tot de overleveringen die dit aangeven behoren:
1. De hadith van Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) waarin de Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Het Uur zal niet aanbreken totdat de zon opkomt vanuit het Westen. Wanneer zij opkomt en de mensen haar zien, zullen zij allen geloven, maar dat is het moment waarop het een ziel niet zal baten om te geloven, als zij niet eerder geloofde of door haar geloof geen goed heeft verricht.” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 11/352, en Muslim, 2/194).
2. De hadith van ‘Abd-Allaah ibn ‘Amr ibn al-‘Aas (moge Allah tevreden met hen beiden zijn), die zei: “Ik leerde van de Boodschapper van Allah ﷺ een hadith die ik sindsdien nooit ben vergeten. Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ zeggen: ‘Het eerste van de tekenen van het Uur dat zal verschijnen, is het opkomen van de zon vanuit het Westen.’” (Overgeleverd door Muslim, 18/78).
(8) De verschijning van het Beest. Allah (ﷻ) zegt (interpretatie van de betekenis): “En wanneer het Woord (van bestraffing) tegen hen is voltrokken, zullen Wij voor hen uit de aarde een beest voortbrengen dat tot hen zal spreken, omdat de mensheid niet met zekerheid in Onze aayaat geloofde.” [al-Naml 27:82].
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Er zijn drie zaken die, wanneer zij plaatsvinden, het een ziel niet zal baten om dan te geloven, als zij niet eerder geloofde of door haar geloof geen goed heeft verricht: het opkomen van de zon vanuit het Westen, de Dajjaal en het Beest van de aarde.’” (Overgeleverd door Muslim, 2/195).
Abu Umaamah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Het Beest zal tevoorschijn komen en het zal alle mensen op hun neuzen merken, en dit merkteken zal blijven, zodat wanneer een man een kameel koopt en men hem vraagt van wie hij die kocht, hij zal zeggen: ‘Van de man met het merkteken op zijn neus.’” (Overgeleverd door Ahmad en als sahih geclassificeerd door al-Albaani in al-Silsilah al-Saheehah, nr. 322).
Volgens sommige overleveringen zal het Beest de gelovigen en de kaafirs merken. Wat de gelovige betreft: het zal zijn gezicht helder laten stralen als teken van zijn geloof. Wat de kaafir betreft: het zal zijn neus merken met een teken van zijn ongeloof.
De Koran vertelt ons dat het Beest tot de mensen zal spreken, zoals Allah (ﷻ) zegt (interpretatie van de betekenis): “… een beest … dat tot hen zal spreken …” [al-Naml 27:82]. Dit kalaam kan duiden op daadwerkelijk spreken, waarbij het Beest de mensen aanspreekt (wat ondersteund wordt door de lezing van Ubayy ibn Ka’b: tunabbi’uhum, d.w.z. hen informeren), of het kan de andere betekenis van het woord kalaam dragen: verwonden/merken (wat ondersteund wordt door de alternatieve lezing: taklamuhum, d.w.z. hen merken door te snijden), overgeleverd van Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn).
(9) Het vuur dat de mensen bijeen zal drijven. Een ander teken van het Uur is het grote vuur dat zal verschijnen vanuit de richting van Yemen, vanuit het laagland van ‘Aden, vanuit de zee van Hadramawt. Tot de ahaadeeth die dit beschrijven behoren:
1. De hadith van Hudhayfah ibn Usayd waarin de grote tekenen van het Uur worden genoemd, en waarin de Profeet ﷺ zei: “De laatste ervan zal een vuur zijn dat uit Yemen zal komen en de mensen naar hun verzamelplaats zal drijven.” Volgens een andere overlevering: “… een vuur dat uit het laagland van ‘Aden zal komen en de mensen (ervoor uit) zal drijven.” (Overgeleverd door Muslim, 18/27).
2. De hadith van Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) waarin staat dat toen ‘Abd-Allaah ibn Salaam de islam aannam, hij de Profeet ﷺ vroeg over een aantal zaken, waaronder het eerste teken van het Uur. De Profeet ﷺ zei: “Het eerste teken van het Uur zal een vuur zijn dat de mensen van Oost naar West zal drijven.” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 6/362).
3. Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn) zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Er zal vuur tevoorschijn komen uit Hadramawt of uit de zee van Hadramawt (volgens een andere overlevering: vanuit de richting van Hadramawt of uit Hadramawt) vóór de Dag des Oordeels, en het zal de mensen (ervoor uit) drijven.’” (Overgeleverd door Ahmad, 7/133; als sahih geclassificeerd door al-Albaani in Saheeh al-Jaami’, 3603).
Een aantal sahih ahaadeeth beschrijven hoe dit vuur de mensen bijeen zal brengen. Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “De mensen zullen op drie manieren verzameld worden: vrijwillig of gedwongen; twee op één kameel, of drie of vier of zelfs tien op één kameel. De rest zal verzameld worden door middel van een vuur, dat bij hen zal blijven wanneer zij stoppen om te rusten of te slapen, ongeacht het tijdstip van dag of nacht.” (Overgeleverd door al-Bukhaari, 11/377, Muslim, 17/194).
Tot slot dient opgemerkt te worden dat het geloven in de tekenen van het Uur deel uitmaakt van ons geloof in het Ongeziene (al-ghayb), zonder welke het geloof van de moslim onvolledig is. En Allah is de Bron van kracht.
Vertaling Informatie: dit artikel is vertaald met de meest nauwkeurige AI (GPT-5.2). Voor uiterste precisie en religieuze verificatie, refereer altijd naar de originele bron.
Bekijk origineel op IslamQA.info →