Vraag
Wat moet iemand doen als hij tijdens het gebed wordt afgeleid door iets wat in zijn omgeving gebeurt, zoals iemand die op de deur klopt, of een kind dat in gevaar is, bijv. spelend met een stopcontact, enz., waardoor het misschien nodig is dat hij beweegt?Antwoord
Als iemand die bidt tijdens het gebed iets relatief kleins moet doen, zoals een deur openen en dergelijke, dan is dat toegestaan zolang zijn richting niet verandert van de qibla (gebedsrichting). Het bewijs hiervoor is wat Abu Dawood overleverde dat ‘Aa’isha (moge Allah tevreden met haar zijn) zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ placht te bidden terwijl de deur gesloten was. Toen kwam ik en vroeg hem om die te openen, dus hij kwam, opende haar en keerde terug naar zijn gebed.” (De overleveraar vermeldde dat de deur in de richting van de qibla was).1
Hetzelfde geldt als een moeder, terwijl zij bidt, haar kind moet redden van gevaar of schade en dergelijke; een kleine beweging naar rechts of links, of naar voren of naar achteren, schaadt het gebed niet. Evenzo, als de ridā’ (bovenkleding) afvalt, kan de biddende persoon die oppakken, en als de izār (onderkleding) losraakt, kan hij die weer vastmaken. De sharia (islamitische wetgeving) heeft de biddende persoon in sommige gevallen zelfs veel beweging toegestaan, ook al zou hij daarbij van de qibla afwijken, zoals blijkt uit de hadith van Abu Hurayra (moge Allah tevreden met hem zijn), waarin hij zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ zei: Dood de twee zwarte dingen tijdens het gebed: de slang en de schorpioen.”2
Ook is het voorgeschreven om iemand te verhinderen voorbij te lopen op de plaats van neerknieling (sujūd) door hem weg te duwen (of zelfs met hem te vechten als hij volhardt), zoals al-Bukhari overleverde in de hadith van Abi Sālih as-Sammān, die zei: “Ik zag Abu Sa‘īd al-Khudri op vrijdag bidden met iets vóór zich om hem te beschermen tegen de mensen [die voorbijlopen]. Toen wilde een jongeman van Bani Abi Mu‘ayt vóór hem langs lopen op de plaats van neerknieling. Abu Sa‘īd duwde de borst van de man, waarna de man [om zich heen] keek en geen andere plek vond om te lopen dan vóór hem langs, dus probeerde hij opnieuw vóór hem langs te lopen. Abu Sa‘īd duwde hem harder dan de eerste keer, waarop hij Abu Sa‘īd uitschold. Daarna ging de jongeman naar Marwān en klaagde over wat Abu Sa‘īd had gedaan, en Abu Sa‘īd kwam na hem binnen bij Marwān. Marwān zei: Wat is er met jou aan de hand dat je dat doet bij de zoon van je broer, o Abu Sa‘īd? Hij zei: Ik hoorde de Profeet ﷺ zeggen: ‘Als één van jullie bidt met iets vóór zich dat hem beschermt tegen de mensen [die voorbijlopen], en iemand wil vóór hem langs lopen, laat hem hem dan wegduwen; en als hij weigert [terug te gaan], vecht dan met hem, want hij is een shaytān (satan).’”3
Uit het boek: Wat moet je doen in de volgende situaties… ?
1 Sunan Abu Dawood, nummer 922, en Sahih Sunan Abu Dawood 815.
2 Sunan Abu Dawood, nummer 921, en Sahih Sunan Abu Dawood 814.
3 Overgeleverd door al-Bukhari, Fath 1/582.
Vertaling Informatie: dit artikel is vertaald met de meest nauwkeurige AI (GPT-5.2). Voor uiterste precisie en religieuze verificatie, refereer altijd naar de originele bron.
Bekijk origineel op IslamQA.info →